OPERA2DAY

donderdag 18 januari 2018

DE ROMANTISCHE TRADITIE IN WASROLLEN EN 78-TOERENPLATEN: EEN HISTORISCH GEÏNSPIREERDE ‘HAMLET’

DE ROMANTISCHE TRADITIE IN WASROLLEN EN  78-TOERENPLATEN: EEN HISTORISCH GEÏNSPIREERDE ‘HAMLET’

In Dr. Miracle’s last illusion, OPERA2DAY’s vorige productie, speelden de musici opvallend vrij. Het was geen gril, maar een bewuste keus. Dirigent Hernán Schvartzman en Emlyn Stam, artistiek leider van het New European Ensemble, wilden musiceren in de stijl van hun collega’s van ruim een eeuw terug; die veroorloofden zich meer vrijheden dan nu gebruikelijk is. Om de muziek historisch geïnformeerd uit te kunnen voeren, hebben Hernán en Emlyn uitgebreid geluisterd naar oude opnames.

Musici doen voor muziek tot 1800 al decennia onderzoek naar historische uitvoeringspraktijk, maar baseren zich noodgedwongen op papieren bronnen, zoals lesmethodes en aantekeningen van componisten. Die bronnen spreken elkaar soms tegen. Je weet nooit precies hoe het echt heeft geklonken. Barokmusici hoor je daarom dagdromen over tijdreizen, bijvoorbeeld om in Leipzig de Matthäus-Passion te kunnen beluisteren onder leiding van Bach zelf. Vanaf 1900 kwamen de eerste geluidsdragers op de markt, met zangers en musici die nog met de grote negentiende-eeuwse componisten hebben samengewerkt. De wasrollen en later de 78-toeren- platen laten veel horen van hoe de muziek destijds is uitgevoerd. Het venster op de romantische uitvoeringspraktijk komt wijd open te staan. Het is eigenlijk een wonder dat in onze tijd daar maar zo weinig gebruik van wordt gemaakt. Een klein groepje musicologen onderzoekt deze uitvoeringspraktijk en slechts enkele uitvoerende musici proberen het te vertalen naar de praktijk. De aanpak van New European Ensemble en OPERA2DAY op het gebied van opera mag pionierswerk genoemd worden, met Hamlet als eerste pièce de résistance.

MISGUNDE ARTISTIEKE VRIJHEID
Hoe anders is de klankwereld die je in de historische geluidsdocumenten terughoort? Emlyn: “Wat je daarin beluistert gaat lijnrecht in tegen hoe we nu denken dat klassieke muziek moet worden uitgevoerd. De musici speelden toen arpeggio’s, gebroken akkoorden, en lieten frases die in de partituur boven elkaar staan ongelijk klinken, om de verschillende lagen in de muziek beter te laten horen. Dat maakt de muziek rijker, maar het wordt nu ervaren als onprofessioneel.” Hernán: “Alles moet tegenwoordig spatgelijk en transparant klinken. Vroeger ging het er anders aan toe, ook al in de achttiende eeuw. Leopold Mozart schrijft bijvoorbeeld in zijn lesmethode over het vioolspel dat als een virtuoos het tempo versnelt of vertraagt een begeleider in het basis-tempo moet doorspelen en de solist niet moet volgen in zijn tempofluctuaties. Anders misgun je de virtuoos zijn artistieke vrijheid en behandel je hem als een amateur.”

EEN PERSOONLIJKE STIJL
Emlyn: “Muziekdocenten vinden het belangrijk dat je de traditie volgt. Maar ze gaan uit van een na 1950 verzonnen traditie, toen het steeds meer als ideaal werd gezien om de tekst van de partituur zo precies mogelijk te reproduceren. De vroege plaatopnamen waren een afspiegeling van de uitvoeringspraktijk van toen. De huidige uitvoeringspraktijk is meer een afspiegeling van de standaard die in opnames wordt gezet”. Hernán: “Voor zangers en musici in de negentiende eeuw was het belangrijk om expressief te musiceren en een persoonlijke stijl te vinden. Dit kun je goed terughoren in het gebruik van portamenti, de manier waarop ze nu en dan van de ene naar de andere toon glijden. Een violist kon je door zijn eigen toon meteen herkennen. Ook de verschillen tussen zangers in de 19e eeuw waren heel groot, veel groter dan wanneer je tegenwoordig een zangconcours bezoekt. Sterker, als je nu afwijkt van de norm, kun je moeilijk winnen.”

Je kunt de stijlmiddelen van toen kopiëren. Maar ligt het risico niet op de loer dat je vervalt in uiterlijkheden? Hernán: “Het is niet onze opzet om Hamlet te reconstrueren als een museumstuk. We gebruiken de vroegere stijlmiddelen, omdat we daardoor expressiever kunnen musiceren. Toen we met Dr. Miracle begonnen, hebben we eerst de vroege opnames nagespeeld. Nadat we ons die stijl hadden eigen gemaakt, konden we zelf vrij gaan musiceren.”

Een vrije tempokeuze is karakteristiek voor de romantische uitvoeringspraktijk. Emlyn: “Tegen de puls die het tempo bepaalt werd heel anders aangekeken dan nu. Een puls moet tegenwoordig regelmatig zijn. Een musicus die expressief wil spelen, kan soms even vertragen, maar moet daarna weer uitkomen op het basistempo. In de negentiende eeuw werd de puls meer gezien als een hartslag. De puls kon net als een hartslag ook versnellen, wat weer andere mogelijkheden tot expressie opent, dan wanneer je alleen nu en dan vertraagt. Met een flexibele puls kun je in de muziek een nieuwe wereld aan emoties openen. Als je alles heel gelijkmatig uitvoert, klinkt zo’n opera voor je het weet als een historische lekkernij, als een Sacher-Torte. Dan gaan het drama verloren.”

Hernán: “De zangers reageren heel verschillend op onze nieuwe manier van werken. Sommigen staan er gelijk voor open. Anderen zijn obstinaat omdat veel van wat ze hebben geleerd ter discussie wordt gesteld. Uiteindelijk raken de meesten overtuigd. Je bent tijdens het muziek maken niet meer gefocust op het vermijden van fouten maar op iets positiefs: het beste van jezelf geven. Al meerdere zangers zeiden: “Dit is de manier waarop ik uit enthousiasme zong, nog voordat ik lessen nam.”

  • '

    'OPERA2DAY bewees opnieuw dat men rekening moet houden met dit Haagse opera-bedrijf, dat vanuit traditie de ene sensationele voorstelling na de andere realiseert'

    '
  • Theaterkrant